Saturday, May 03, 2008
Saturday, January 15, 2005
HOFSTEDE OUD BUSSEM
PAULUS VAN LOO, EIGENAAR VAN OUD BUSSEM
In 1570 schenken de besturen van Naarden en de Gooise dorpen het landgoed Oud Bussem aan Paulus van Loo. De erfgooiers bedankten Van Loo, als Baljuw van Gooiland, voor de aan hen bewezen diensten. Tevens kenden de erfgooiers aan de Hofstede het recht toe van 'dubbele scharing'.
De drost en baljuw, Paulus van Loo Was Rooms Katholiek. Om die reden werd hij in 1579 uit zijn ambt ontzet, dat hij tot december 1580 bleef uitoefenen. Daarna moest hij ook Oud Bussem verlaten, maar mogelijk verbleef hij daar tot zijn overlijden in 1608.
_____________________
FAMILIE HINLOPEN, EIGENAAR OUD BUSSEM
Francois Hinlopen
Begin achttiende eeuw waren de verhoudingen tussen gerechtigden en
niet-gerechtigden nog steeds onduidelijk Een zekere Francois Hinlopen bevond
zich eind zeventiende eeuw op een stuk land genaamd Oud-Bussem, waar eens
een boerderij met schaarrecht had gestaan. Er waren twee nieuwe boerderijen
op gebouwd. Eén op de plek van de door de Fransen platgebrande boerderij, één
daarnaast. Alleen de eerste boerderij verkreeg schaarrecht, op basis van de idee
dat het aan de grond verbonden was. Daarin woonde Michiel Hinlopen, de oom
van Francois. Francois Hinlopen wilde uiteraard hetzelfde recht voor de nieuwe
boerderij. Hij betaalde daarvoor een jaarlijkse vergoeding, maar in 1705
weigerde hij de betaling. Het schaarrecht zou hem net als de andere Gooiers toe
moeten vallen. Daarop liet hij zijn beesten grazen op de meent, zonder betaling
en zonder recht. De schaarmeesters grepen in en verklaarden zijn vee verbeurd.
Dat noemde men 'schutten'. Hinlopen diende een aanklacht in, en deed dat op
basis van de eerste schaarbief Achteraf is duidelijk waarom. De eerste
schaarbrief was het minst duidelijk in Me de gemeenschappelijke gronden mocht
gebruiken en verbond bijvoorbeeld het schaarrecht aan het bezit van een
boerenbedrijf (zie pag. 8). Tevens beriep hij zich op het dubbele schaarrecht
van de hofstede Oud-Bussem, verkregen in 1570. Echter, naast het feit dat
Francois Hinlopen geen man uit man geboren Gooier was (hoe vreemd dit ook
mag klinken), woonde hij niet in de boerderij waar eens de hofstede Oud-Bussem
had gestaan, maar in eentje daarnaast. Hij had dus geen poot om op te staan. In
1711 en 1713 kreeg Francois Hinlopen respectievelijk van het Hof van Holland en
de Hooge Raad ongelijk. In het kielzog en op instigatie van Francois Hinlopen
waren er nog een aantal bewoners en landbezitters uit het Gooi die als
gerechtigden erkend wilden worden. Grote problemen doemden op voor de
rechtmatige erfgooiers. Hinlopen had nogal wat invloed in hogere kringen en er
werd zelfs door de overheid bepaald dat de rechten van de erfgooiers door hen
zonder grond aangematigd waren. Nu kwamen de erfgooiers in beweging. Zij
dienden een verweerschrift in, met de woorden: 'dat niemant de gemeente mag
bewyden, dan een erfgoyer wiens voorouders het recht tot den veldslag op de
gemeente door haar gedane en bewese diensten aan de Graven hebben bekomen'.
Al met al bleven de zaken onduidelijk voor zowel de overheid als de leden van
de Gooise marke (of Stad en Lande van Gooiland). Er werd om duidelijkheid
gevraagd en besloten tot het maken van een kaart van Gooiland waarop precies
te zien zou zijn waar de marke (=gemeenschappelijke) gronden lagen. Daarnaast
moest een lijst van gerechtigden opgesteld worden.
Voordat de kaart klaar was lag de lijst er al. Hierop prijkten 1088 namen, als
Boelhouwer, Kos en andere nu nog veel voorkomende Gooise namen. De lijst gold
sedertdien als grondslag en wie gekwalificeerd wilde worden als erfgooier moest
bewijzen nakomeling te zijn van een van de 1088 mannen. In 1709 kwam de kaart
gereed, ver vaardigd door de landmeters Justus van Broeckhuysen en Freye Klaasz
Boelhouwer. In 1719 ontstond een nieuw geschil. Dit maal ging het om de grenzen
tussen Utrecht en het Gooi. Er werd opnieuw besloten een kaart te maken. Een
van de landmeters had de kaart van 1709 al eens gecorrigeerd. In 1723 kwam een
tweede en herziene versie in handen van Stad en Lande en deze is te zien op de
tentoonstelling.
In al zijn ijver om als niet erfgooier schaarrecht te verkrijgen schonk Hinlopen
de erfgooiers de ideale mogelijkheid om voor eens en voor altijd de rijen te
sluiten en de gemeenschappelijke gronden voor zichzelf te houden. We zagen dat
Hinlopen zich beriep op een oud stuk, de eerste schaarbrief, die hem de
argumenten gaf zijn zaak voor het gerecht te brengen. De erfgooiers op hun
beurt beriepen zich op de daaropvolgende schaarbrieven en leken aan het kortste
eind te trekken.
_______________________
Overgenomen van Drs. A. Kos
_______________________________________________________
Aanvulling: De Amsterdammer Tijmen Jacobsz Hinloopen kocht in 1629 de Hofstede Oud Bussem. Hinloopen was rijk geworden van de walvisvangst in de Noordelijke IJszee. Bij het eiland Spitsbergen draagt een zeestraat de naam Hinlopen.
F.J.J. de Gooijer
___________________________________________________________
____________________________________________________
ABRAHAM SCHERENBERG EIGENAAR OUD-BUSSEM
Enkele gegevens over Abraham Scherenberg:
Huwelijksgezangen van Abraham Scherenberg en Johanna Dorothea D’orville.
1724 – 21 Maart. Gedicht ondertekend J. Oosterwijk. Zinspelingen op
koopmanschap van Scherenberg op de buitens Vegtenstein en Oostwaart
------------------------------------------------
De erven van Hinlopen verkochten in 1735 de hofstede Oud Bussem aan
Abraham Scherenberg.
-----------------------------------------------------------
NAARDEN, HILVERSUM, LAREN, HUIZEN, BLARICUM.- INVENTARIS van
Stukken, gedaen maken, ende den Hove van Holland overgegeven, uyt
den naem ende van wegens Burgermeesteren en Regeerders der Stadt
Naerden, mitsgaders Buur-Meesteren en Regenten der Dorpen Laren,
Hilversum, Huysen, en Blaricum in Goyland, Impettanten van Mandament
van Rau Actie ter Eenre. Op en jegens. Abraham Scherenberg wonende
tot Amsterdam, Gedaagde in voorschreve Cas ter andere syde.
(No pl., 1760). Folio Bound. 171, (1) pp.
Minutes of the lawsuit wellknown in Erfgooiers circles as the Proces
Scherenberg..
see Archief ‘Stad en Lande van Gooiland’
__________________________________________________________________
FLORIS VOS, EIGENAAR HOFSTEDE OUD BUSSEM
Floris Vos wordt zeventig (1941)
De ouderen herinneren zich dezen naam zeer goed en in ‘t Gooi kent ieder
den nog levenskrachtigen “baas van Modelboerderij Oud Bussem” met zijn typische
Grijzen hoed. Hoe Floris Vos in ‘t Gooi kwam, heeft hij ons indertijd zelf
verteld.
“In 1902 keerde ik naar dit land mijner voorvaderen terug.
Van mijn jongste jaren af had ik veel lust in ontginningen; ik was op het
gymnasium geweest , doch het zittend leven was niets voor mij. We woonden
in Utrecht. Mijn vader wilde dat ik hem in zijn dokterspraktijk kon
opvolgen, althans een academische vorming zou genieten. Maar met een
bezorgd hart zag hij me al op zeer jeugdigen leeftijd naar Hongarije
vertrekken. Na verder nog eenigen tijd in het buitenland te hebben
gezworven, vestigde ik een klein landbouwbedrijf op de Veluwe. Hiervoor
was geen voldoende afzet te vinden en na 10 jaren kwam ik naar ‘t Gooi.
Dat was zooals gezegd in 1902. Ik had met v. Woensel Kooy het Bosch
van Bredius gekocht, om hier een modelboerderij op te richten".
Tot zoover Floris Vos over zijn komst in het Gooi.
Oorspronkelijk stamde hij uit Huizen, waar zijn overgrootvader heelmeester
was. Over zijn voorvaderen heeft deze militante erfgooier ons indertijd
nog interessante bijzonderheden verteld. Het teekent den man, die toen hij
voor de erfgooiersrechten vocht, er niet tegen op zag duizend koeien op de
marechaussee af te jagen, als hij vol trots zegt, dat hij van rechtschapen
en eenvoudigen menschen stamt. “Daar ben ik trotscher op op, dan
verwantschap met een of anderen rijken advocaat, die vol streken zit. Ik
begrijp niet, waarom menschen zich zoo uitsloven om familie te zijn van
een hooge oomme - let maar op, van gewone stervelingen zijn ze niet graag
familie - of waarom ze moeite doen hun kinderen vooral deftig te doen
trouwen. Laat ze zorgen, dat de kinderen flink op eigen beenen leeren
staan “.
Als erfgooier
Als erfgooier zijn de daden van Floris Vos berucht en beroemd geworden
en niet eerder eindigde zijn verbeten strijd voor de
rechten der scharende erfgooiers, dan toen in 1912 de Erfgooierswet tot
stand kwam.
Het was in die jaren van strijd, toen de Gooische gemeenten
zich steeds meer land van de oude erfgooiersgemeenschap toe-eigenden;
Floris Vos werd de vurige, onverzettelijke en ook handige leider en dat is
bij tal van gelegenheden gebleken. Het zou waarlijk heel wat ruimte
eischen deze hier weer te geven, de verleiding is te groot, doch er moet
zuinig met het papier worden omgesprongen. Een van de hoogtepunten was wel
het reeds gereleveerde feit van den veldslag tusschen 1000 koeien en de
marechaussee, die de regeering naar de meenten te Blaricum had gezonden.
Het was Floris Vos die, om bloedvergieten tusschen de “regeerings-troepen”
en de erfgooiers te voorkomen, het legertje koeien op de politietroepen
afstuurde; hij heeft er voor in de kerker moeten boeten, doch na 10 jaren
strijd won hij den slag en maakte de Erfgooierswet een einde aan de
openbare verwikkelingen. Floris Vos werd als afgevaardigde van de stad
Naarden in het bestuur van Stad en Lande opgenomen, welke functie hij
later vrijwillig heeft neergelegd.
__________________
F.J.J. de Gooijer
http://gooijer.netfirms.com/
http://gooijer.nl.jouwpagina.nl/
Voor afbeeldingen en foto's, zie:
http://gooiland.vijftigplusser.nl/
In 1570 schenken de besturen van Naarden en de Gooise dorpen het landgoed Oud Bussem aan Paulus van Loo. De erfgooiers bedankten Van Loo, als Baljuw van Gooiland, voor de aan hen bewezen diensten. Tevens kenden de erfgooiers aan de Hofstede het recht toe van 'dubbele scharing'.
De drost en baljuw, Paulus van Loo Was Rooms Katholiek. Om die reden werd hij in 1579 uit zijn ambt ontzet, dat hij tot december 1580 bleef uitoefenen. Daarna moest hij ook Oud Bussem verlaten, maar mogelijk verbleef hij daar tot zijn overlijden in 1608.
_____________________
FAMILIE HINLOPEN, EIGENAAR OUD BUSSEM
Francois Hinlopen
Begin achttiende eeuw waren de verhoudingen tussen gerechtigden en
niet-gerechtigden nog steeds onduidelijk Een zekere Francois Hinlopen bevond
zich eind zeventiende eeuw op een stuk land genaamd Oud-Bussem, waar eens
een boerderij met schaarrecht had gestaan. Er waren twee nieuwe boerderijen
op gebouwd. Eén op de plek van de door de Fransen platgebrande boerderij, één
daarnaast. Alleen de eerste boerderij verkreeg schaarrecht, op basis van de idee
dat het aan de grond verbonden was. Daarin woonde Michiel Hinlopen, de oom
van Francois. Francois Hinlopen wilde uiteraard hetzelfde recht voor de nieuwe
boerderij. Hij betaalde daarvoor een jaarlijkse vergoeding, maar in 1705
weigerde hij de betaling. Het schaarrecht zou hem net als de andere Gooiers toe
moeten vallen. Daarop liet hij zijn beesten grazen op de meent, zonder betaling
en zonder recht. De schaarmeesters grepen in en verklaarden zijn vee verbeurd.
Dat noemde men 'schutten'. Hinlopen diende een aanklacht in, en deed dat op
basis van de eerste schaarbief Achteraf is duidelijk waarom. De eerste
schaarbrief was het minst duidelijk in Me de gemeenschappelijke gronden mocht
gebruiken en verbond bijvoorbeeld het schaarrecht aan het bezit van een
boerenbedrijf (zie pag. 8). Tevens beriep hij zich op het dubbele schaarrecht
van de hofstede Oud-Bussem, verkregen in 1570. Echter, naast het feit dat
Francois Hinlopen geen man uit man geboren Gooier was (hoe vreemd dit ook
mag klinken), woonde hij niet in de boerderij waar eens de hofstede Oud-Bussem
had gestaan, maar in eentje daarnaast. Hij had dus geen poot om op te staan. In
1711 en 1713 kreeg Francois Hinlopen respectievelijk van het Hof van Holland en
de Hooge Raad ongelijk. In het kielzog en op instigatie van Francois Hinlopen
waren er nog een aantal bewoners en landbezitters uit het Gooi die als
gerechtigden erkend wilden worden. Grote problemen doemden op voor de
rechtmatige erfgooiers. Hinlopen had nogal wat invloed in hogere kringen en er
werd zelfs door de overheid bepaald dat de rechten van de erfgooiers door hen
zonder grond aangematigd waren. Nu kwamen de erfgooiers in beweging. Zij
dienden een verweerschrift in, met de woorden: 'dat niemant de gemeente mag
bewyden, dan een erfgoyer wiens voorouders het recht tot den veldslag op de
gemeente door haar gedane en bewese diensten aan de Graven hebben bekomen'.
Al met al bleven de zaken onduidelijk voor zowel de overheid als de leden van
de Gooise marke (of Stad en Lande van Gooiland). Er werd om duidelijkheid
gevraagd en besloten tot het maken van een kaart van Gooiland waarop precies
te zien zou zijn waar de marke (=gemeenschappelijke) gronden lagen. Daarnaast
moest een lijst van gerechtigden opgesteld worden.
Voordat de kaart klaar was lag de lijst er al. Hierop prijkten 1088 namen, als
Boelhouwer, Kos en andere nu nog veel voorkomende Gooise namen. De lijst gold
sedertdien als grondslag en wie gekwalificeerd wilde worden als erfgooier moest
bewijzen nakomeling te zijn van een van de 1088 mannen. In 1709 kwam de kaart
gereed, ver vaardigd door de landmeters Justus van Broeckhuysen en Freye Klaasz
Boelhouwer. In 1719 ontstond een nieuw geschil. Dit maal ging het om de grenzen
tussen Utrecht en het Gooi. Er werd opnieuw besloten een kaart te maken. Een
van de landmeters had de kaart van 1709 al eens gecorrigeerd. In 1723 kwam een
tweede en herziene versie in handen van Stad en Lande en deze is te zien op de
tentoonstelling.
In al zijn ijver om als niet erfgooier schaarrecht te verkrijgen schonk Hinlopen
de erfgooiers de ideale mogelijkheid om voor eens en voor altijd de rijen te
sluiten en de gemeenschappelijke gronden voor zichzelf te houden. We zagen dat
Hinlopen zich beriep op een oud stuk, de eerste schaarbrief, die hem de
argumenten gaf zijn zaak voor het gerecht te brengen. De erfgooiers op hun
beurt beriepen zich op de daaropvolgende schaarbrieven en leken aan het kortste
eind te trekken.
_______________________
Overgenomen van Drs. A. Kos
_______________________________________________________
Aanvulling: De Amsterdammer Tijmen Jacobsz Hinloopen kocht in 1629 de Hofstede Oud Bussem. Hinloopen was rijk geworden van de walvisvangst in de Noordelijke IJszee. Bij het eiland Spitsbergen draagt een zeestraat de naam Hinlopen.
F.J.J. de Gooijer
___________________________________________________________
____________________________________________________
ABRAHAM SCHERENBERG EIGENAAR OUD-BUSSEM
Enkele gegevens over Abraham Scherenberg:
Huwelijksgezangen van Abraham Scherenberg en Johanna Dorothea D’orville.
1724 – 21 Maart. Gedicht ondertekend J. Oosterwijk. Zinspelingen op
koopmanschap van Scherenberg op de buitens Vegtenstein en Oostwaart
------------------------------------------------
De erven van Hinlopen verkochten in 1735 de hofstede Oud Bussem aan
Abraham Scherenberg.
-----------------------------------------------------------
NAARDEN, HILVERSUM, LAREN, HUIZEN, BLARICUM.- INVENTARIS van
Stukken, gedaen maken, ende den Hove van Holland overgegeven, uyt
den naem ende van wegens Burgermeesteren en Regeerders der Stadt
Naerden, mitsgaders Buur-Meesteren en Regenten der Dorpen Laren,
Hilversum, Huysen, en Blaricum in Goyland, Impettanten van Mandament
van Rau Actie ter Eenre. Op en jegens. Abraham Scherenberg wonende
tot Amsterdam, Gedaagde in voorschreve Cas ter andere syde.
(No pl., 1760). Folio Bound. 171, (1) pp.
Minutes of the lawsuit wellknown in Erfgooiers circles as the Proces
Scherenberg..
see Archief ‘Stad en Lande van Gooiland’
__________________________________________________________________
FLORIS VOS, EIGENAAR HOFSTEDE OUD BUSSEM
Floris Vos wordt zeventig (1941)
De ouderen herinneren zich dezen naam zeer goed en in ‘t Gooi kent ieder
den nog levenskrachtigen “baas van Modelboerderij Oud Bussem” met zijn typische
Grijzen hoed. Hoe Floris Vos in ‘t Gooi kwam, heeft hij ons indertijd zelf
verteld.
“In 1902 keerde ik naar dit land mijner voorvaderen terug.
Van mijn jongste jaren af had ik veel lust in ontginningen; ik was op het
gymnasium geweest , doch het zittend leven was niets voor mij. We woonden
in Utrecht. Mijn vader wilde dat ik hem in zijn dokterspraktijk kon
opvolgen, althans een academische vorming zou genieten. Maar met een
bezorgd hart zag hij me al op zeer jeugdigen leeftijd naar Hongarije
vertrekken. Na verder nog eenigen tijd in het buitenland te hebben
gezworven, vestigde ik een klein landbouwbedrijf op de Veluwe. Hiervoor
was geen voldoende afzet te vinden en na 10 jaren kwam ik naar ‘t Gooi.
Dat was zooals gezegd in 1902. Ik had met v. Woensel Kooy het Bosch
van Bredius gekocht, om hier een modelboerderij op te richten".
Tot zoover Floris Vos over zijn komst in het Gooi.
Oorspronkelijk stamde hij uit Huizen, waar zijn overgrootvader heelmeester
was. Over zijn voorvaderen heeft deze militante erfgooier ons indertijd
nog interessante bijzonderheden verteld. Het teekent den man, die toen hij
voor de erfgooiersrechten vocht, er niet tegen op zag duizend koeien op de
marechaussee af te jagen, als hij vol trots zegt, dat hij van rechtschapen
en eenvoudigen menschen stamt. “Daar ben ik trotscher op op, dan
verwantschap met een of anderen rijken advocaat, die vol streken zit. Ik
begrijp niet, waarom menschen zich zoo uitsloven om familie te zijn van
een hooge oomme - let maar op, van gewone stervelingen zijn ze niet graag
familie - of waarom ze moeite doen hun kinderen vooral deftig te doen
trouwen. Laat ze zorgen, dat de kinderen flink op eigen beenen leeren
staan “.
Als erfgooier
Als erfgooier zijn de daden van Floris Vos berucht en beroemd geworden
en niet eerder eindigde zijn verbeten strijd voor de
rechten der scharende erfgooiers, dan toen in 1912 de Erfgooierswet tot
stand kwam.
Het was in die jaren van strijd, toen de Gooische gemeenten
zich steeds meer land van de oude erfgooiersgemeenschap toe-eigenden;
Floris Vos werd de vurige, onverzettelijke en ook handige leider en dat is
bij tal van gelegenheden gebleken. Het zou waarlijk heel wat ruimte
eischen deze hier weer te geven, de verleiding is te groot, doch er moet
zuinig met het papier worden omgesprongen. Een van de hoogtepunten was wel
het reeds gereleveerde feit van den veldslag tusschen 1000 koeien en de
marechaussee, die de regeering naar de meenten te Blaricum had gezonden.
Het was Floris Vos die, om bloedvergieten tusschen de “regeerings-troepen”
en de erfgooiers te voorkomen, het legertje koeien op de politietroepen
afstuurde; hij heeft er voor in de kerker moeten boeten, doch na 10 jaren
strijd won hij den slag en maakte de Erfgooierswet een einde aan de
openbare verwikkelingen. Floris Vos werd als afgevaardigde van de stad
Naarden in het bestuur van Stad en Lande opgenomen, welke functie hij
later vrijwillig heeft neergelegd.
__________________
F.J.J. de Gooijer
http://gooijer.netfirms.com/
http://gooijer.nl.jouwpagina.nl/
Voor afbeeldingen en foto's, zie:
http://gooiland.vijftigplusser.nl/
Labels: Gooise geschiedenis

